De geschiedenis van uileborden

De plaats waar de drie zijden van het dak van een boerderij of schuur bijeenkomen, is van oudsher een kwetsbaar punt in de constructie. In Friesland werd het uiteinde van de nokbalk tegen regen en wind beschermd door een driehoekig bord, dat zich tot het inmiddels traditionele uilebord (ûleboerd in het Fries) ontwikkelde.

De boeren wilden graag dat er uilen in hun schuur nestelden omdat het goede muizenvangers zijn. Daarom zaten er gaten in het uilebord; de vogels konden de ruimte tussen bord en dak gebruiken voor een nest. Echter, het ronde gat in de driehoek wat toegang zou bieden aan uilen en andere vogels is tegenwoordig doorgaans met een rozet of een kruis afgesloten.

Het gebruik van het uilebord is al oud: op schilderijen uit de 18e eeuw zie je al uileborden. De oudste vermelding stamt zelfs uit het jaar 1696.

In Friesland komen zes verschillende typen voor, in het zuidwesten van de provincie rijker versierd dan in het noorden. De vorm van het bord verschilt van streek tot streek.

Twee elementen keren in elk bord terug:

In het midden staat de makelaar (die ook op molens voorkomt), waaraan een mythische betekenis wordt toegekend. Terugkerende symbolen op de makelaar zijn: klaverblad (drie-eenheid), halvemaan (vruchtbaarheid), rooster of harp (eigendom van het land) en es (levensboom).

De twee zwanen met gekromde nek vormen het tweede element. Hun sierlijkheid is waarschijnlijk de belangrijkste reden van hun bestaan, maar ze zouden ook kunnen verwijzen naar het christelijke symbool voor naastenliefde: de pelikaan die zichzelf in de borst pikt. In Friesland mag men ook graag verwijzingen naar Oudfries heidendom verzinnen.

Opmerkelijk genoeg kon men vroeger tevens aan de vorm en de kleur van het uilenbord zien of de boerderij in eigendom was, of gepacht was.